Wendbaarheid als cultuurvraagstuk

Veranderen is onvermijdelijk, maar niet vanzelfsprekend

Wendbaarheid is voor organisaties geen abstract begrip meer, maar dagelijkse realiteit. Tijdens Over de Vloer bij Mijzo gingen HR-professionals uit verschillende sectoren met elkaar in gesprek over een vraag die overal speelt: hoe blijf je als organisatie wendbaar, zonder mensen te verliezen in de verandering?

De gesprekken laten zien dat de uitdagingen breed gedeeld worden. Arbeidsmarktkrapte, stijgende druk op medewerkers en een wereld die steeds sneller verandert vormen de context waarin organisaties opereren. Tegelijkertijd verschilt de praktijk sterk per sector. Juist in die verschillen ontstaat inzicht in de centrale vraag die onder de discussie ligt: hoe organiseer je verandering zó dat mensen erin mee kúnnen en willen?

Foto tijdens Over de Vloer bij Mijzo over de toekomst bestendig organiseren met als thema Wendbaarheid als cultuurvraagstuk

Takeaways uit de discussie

  1. Arbeidsmarktkrapte dwingt organisaties anders te kijken naar talent. Begin bij wat je al hebt.
  2. De focus verschuift van diploma’s naar skills: wat iemand kan, is leidend.
  3. Kleine, concrete veranderingen werken beter dan grote plannen.
  4. Sloopteams maken ruimte door te schrappen wat geen waarde toevoegt.
  5. Verandering landt beter wanneer die van de werkvloer komt.
  6. Medewerkers die medewerkers trainen of als innovator optreden, versnellen verandering.
  7. De manier waarop je verandering framet, bepaalt de acceptatie.
  8. Congruentie in visie en gedrag is cruciaal voor geloofwaardige verandering.
  9. Niet iedereen wil autonomie. Duidelijke kaders blijven nodig.
  10. Wendbaarheid ontstaat in cultuur, niet in systemen.

De spanning tussen zekerheid en beweging

Een van de herkenbaarste thema’s in het gesprek is de spanning tussen zekerheid en verandering. Iedereen ziet dat verandering nodig is, maar in de praktijk blijkt loslaten moeilijk. Zoals in de discussie scherp wordt benoemd: “Mensen steken hun energie eerder in het behouden van wat ze hebben dan in iets nieuws.” Dat is geen onwil, maar menselijk gedrag. Salaris, positie en zekerheid maken dat mensen voorzichtig worden. Zeker in organisaties waar medewerkers al lang werken of veel hebben opgebouwd, weegt verlies zwaarder dan mogelijke winst. De oplossing ligt volgens de groep niet in druk opvoeren, maar in het anders organiseren van verandering. Door het klein te maken, concreet en ervaarbaar, ontstaat ruimte om te bewegen. Positieve ervaringen blijken daarbij cruciaal: wie merkt dat verandering werkt, staat sneller open voor de volgende stap.

Van moeten veranderen naar willen veranderen

Maar hoe moedig je essentiële veranderingen van bovenaf aan? Veranderen om de verandering zelf motiveert zelden. Maar verbeteren, dat wil vrijwel iedereen. Die verschuiving in perspectief blijkt essentieel. Zoals een van de deelnemers het verwoordt: “Waarom leggen we steeds uit waarom mensen moeten veranderen, en vragen we niet waarom ze dat zélf zouden willen?” Door die vraag centraal te stellen, verandert de dynamiek. Verandering wordt niet langer iets wat ‘moet’, maar iets waar mensen zelf betekenis aan kunnen geven. Bij Mijzo wordt dat concreet gemaakt door te vertrekken vanuit de cliënt. Niet de organisatieverandering staat centraal, maar de vraag van degene voor wie het werk uiteindelijk bedoeld is. Dat maakt verandering tastbaar en relevant.

Ruimte maken door te stoppen

Opvallend in het gesprek is de aandacht voor iets wat vaak vergeten wordt: stoppen. In plaats van alleen nieuwe initiatieven toe te voegen, kan ook actief gekeken worden naar wat níet meer nodig is. Dat gebeurt bij een van de organisaties via zogenaamde sloopteams, waarin medewerkers zelf onderzoeken welke taken geen waarde meer toevoegen. De vraag die daarbij centraal staat: “Wat doe je nou iedere dag waarvan je denkt: waarom doe ik dit eigenlijk?” De opbrengst is groot. Niet alleen ontstaat er ruimte voor nieuwe initiatieven, maar ook groeit het gevoel van eigenaarschap. Verandering komt niet van bovenaf, maar vanuit de praktijk zelf en krijgt daardoor vanzelf draagvlak.

Verschillen binnen teams vragen om ander leiderschap

Een ander belangrijk inzicht is dat niet iedereen op dezelfde manier omgaat met verandering. Binnen teams bestaan grote verschillen: in opleidingsniveau, ervaring, behoefte aan structuur en mate van autonomie. Waar de één floreert bij vrijheid, heeft de ander juist behoefte aan duidelijke kaders. Zoals een deelnemer het treffend samenvat: “De één wordt zenuwachtig van vrijheid, terwijl de ander er juist energie van krijgt.” Dat maakt leiderschap complexer. Het vraagt niet alleen om richting geven, maar ook om het vermogen aan te voelen wat mensen nodig hebben en daar flexibel op in te spelen. Leiderschap wordt daarmee minder een positie en meer een vaardigheid.

Technologie als versneller en waarschuwing

Hoewel technologie geen hoofdthema is, speelt het wel degelijk een rol in de discussie, met name als versneller van verandering. Op dat vlak klinkt ook een duidelijke waarschuwing. De snelheid waarmee ontwikkelingen elkaar opvolgen, wordt vaak onderschat. Zoals in de discussie treffend wordt verwoord: “Ik denk dat wij allemaal kikkers in een pan zijn… het vuurtje wordt langzaam hoger.” De kracht van die metafoor zit in de geleidelijkheid van verandering. Omdat ontwikkelingen zich stap voor stap voltrekken, voelen ze zelden urgent op het moment zelf, terwijl ze gezamenlijk wel degelijk een fundamentele verschuiving veroorzaken. Juist dat maakt wendbaarheid zo belangrijk: het vraagt van organisaties en medewerkers dat zij niet wachten tot de druk voelbaar wordt, maar leren signaleren wat er langzaam verandert en daar tijdig op anticiperen.

Wendbaarheid begint bij cultuur

Uiteindelijk komt het gesprek steeds terug bij dezelfde kern. Wendbaarheid is geen kwestie van systemen, structuren of beleid, maar van cultuur. Het draait om drie elementen die telkens terugkomen in de discussie: richting, ruimte en ruggensteun. Richting om te weten waar je naartoe werkt, ruimte om te kunnen experimenteren en bewegen, en ruggensteun om dat ook te durven wanneer het spannend wordt. Of, zoals het door een deelnemer wordt samengevat: “Je moet mensen de mogelijkheid geven om te veranderen, maar ze ook niet laten zwemmen als het moeilijk wordt.” Dat vraagt om organisaties die niet alleen verandering organiseren, maar ook mogelijk maken. Waar experimenteren kan, fouten gemaakt mogen worden en waar mensen ervaren dat ze onderdeel zijn van de beweging.

Tot slot

De discussie laat zien dat wendbaarheid geen eenduidige oplossing kent. Het is een continu proces van zoeken, proberen en bijstellen. Maar één ding wordt duidelijk: verandering werkt pas echt als mensen zich erin herkennen en er zelf onderdeel van zijn.