Arjan El Fassed: De menselijke maat als kompas

Wie regelmatig de krant openslaat, stuit soms op een schizofreen toekomstbeeld. Aan de ene kant lonkt de utopie van een 15-urige werkweek, waarin nieuwe technologie werknemers verlost van de dagelijkse sleur en ruimte biedt voor creativiteit en vrije tijd. Aan de andere kant dreigt de dystopie van massale werkloosheid, waarbij machines onze banen overnemen en waarin de mens overbodig lijkt te worden. Deze koppen bewegen tussen twee uitersten, maar de werkelijkheid ligt, zoals vaker, veel genuanceerder.

We staan niet aan de vooravond van de complete vervanging van de mens. Integendeel, dit is een tijdperk waarin de menselijke maat opnieuw gedefinieerd en, belangrijker nog, versterkt moet worden. De vraag is niet wat technologie in potentie kan doen, maar wat wij willen dat het gaat doen. Het antwoord op die vraag bepaalt de inrichting van onze samenleving voor de komende tijd.

Hoe houd je het menselijk?

Mijn perspectief op deze transitie is niet gevormd in een ivoren toren, maar op de werkvloer. In mijn loopbaan heb ik de dynamiek van werk vanuit verschillende hoeken mogen ervaren. In het bedrijfsleven leerde ik bij een groot technologiebedrijf de taal van resultaatgerichtheid en de logica van samenwerken. Op het snijvlak van de politiek zag ik hoe macht, compromissen en beleid de kaders scheppen waarbinnen wij functioneren. En in het maatschappelijke middenveld ondervond ik hoe cruciaal het is om draagvlak te creëren en vast te houden aan de menselijke maat in een vaak abstracte systeemwereld.
Hoewel deze werelden vaak mijlenver uit elkaar lijken te liggen, is de kernvraag overal hetzelfde: op welke manier houd je de organisatie, en daarmee de samenleving, menselijk?

Technologie geven we zelf vorm

Technologie is voor mij geen dreiging geweest, maar een kans om anders te werken. Ik groeide op in een huis vol computers, met een oudere bètabroer die de digitale wereld ontsloot. Voor mij als alfastudent was technologie een welkom hulpmiddel dat het leven makkelijker maakte. Deze vroege kennismaking leerde me een belangrijke les die we vandaag de dag dreigen te vergeten: technologie is geen natuurverschijnsel dat ons slechts overkomt. Het is een instrument dat wij zelf vorm kunnen geven en hanteren.

De huidige generatie technologische toepassingen, met AI voorop, brengt net als digitalisering een unieke democratisering van innovatie met zich mee. Waar geavanceerde systemen voorheen toegankelijk waren voor organisaties met enorme budgetten en IT-specialisten, ligt de kracht van innovatie nu binnen handbereik. Dit biedt ongekende kansen voor inclusiviteit. Denk bijvoorbeeld aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, voor wie technologie een kans kan zijn om barrières te doorbreken en talenten te benutten die voorheen onzichtbaar bleven.

Technologie als assistent

Deze vooruitgang gaat niet vanzelf. Er schuilt een gevaar in de blinde focus op productiviteit. Als je technologie enkel inzet om bestaande processen te versnellen zonder na te denken over de kwaliteit van werk zelf, creëer je geen vrijheid, maar een eindeloze tredmolen. De werkdruk neemt toe, terwijl je autonomie verliest. De rol van technologie is op haar best wanneer het functioneert als een assistent die menselijke vaardigheden verrijkt en versterkt in plaats van vervangt.

Voor sommige bedrijven en organisaties is het aanschaffen van nieuwe technologie een eenvoudige weg. Je drukt op een knop en de code is geïnstalleerd. De werkelijke uitdaging ligt echter niet in de machine, maar in de mens. Een organisatie zo inrichten dat werknemers op een eenvoudige en betekenisvolle manier met nieuwe technologie kunnen omgaan, vergt sociale innovatie.

Technologische vernieuwing kan niet zonder haar sociale tegenhanger. Veel werknemers ervaren de huidige verandering nog als een verandering in de marge of, erger nog, als een bedreiging voor hun vakmanschap. De weerstand die ontstaat, is vaak geen onwil, maar een terechte zorg over het verlies van eigenheid.

De mens het laatste woord

We moeten daarom de moed hebben om de hiërarchie op de werkvloer te herstellen. De mens moet altijd het laatste woord kunnen hebben. Een machine kan data verwerken, patronen herkennen, voorspellingen en suggesties doen, maar de verantwoordelijkheid voor het handelen blijft een exclusief menselijk voorrecht. Mensen weten als geen ander waar een algoritme behulpzaam is en waar het een belemmering vormt.

Jarenlang gold in de techsector het dogma dat iedereen zou moeten leren programmeren. Mijn eigen ervaring heeft me echter iets anders geleerd. In dit tijdperk van AI verschuift de noodzaak naar wat vaak ‘zachte’ vaardigheden worden genoemd.

Empathie, creativiteit, ethiek, kritisch denken en sociale intelligentie zijn niet langer bijkomstigheden, het zijn onze belangrijkste troeven. Je hoeft geen programmeur te zijn om de ‘out’ van een systeem kritisch te beoordelen, maar je moet wel waken voor blind vertrouwen. Het risico bestaat immers dat zodra een systeem als competent wordt ervaren, je brein stopt met kritisch denken. Mensgerichtheid op de werkvloer betekent dat je tegenkracht moet organiseren. Organisaties zijn geholpen met een cultuur waarin fouten worden gewaardeerd en correcties worden beloond, waarin het menselijk handelen niet wordt opgeknipt in digitale brokjes, maar waar handelingsvrijheid het uitgangspunt is.

Nadenken over wat werkelijk van waarde is

In onze diensteneconomie bestaan veel kantoorbanen uit saaie, herhalende taken waar we liever vandaag dan morgen van verlost zijn. Als technologie ons hiervan kan bevrijden, ontstaat er een uniek venster om de spelregels van de samenleving opnieuw te bepalen. De productiviteitswinsten die AI boekt, zouden ruimte moeten maken voor menselijke aandacht. Dit is het moment om na te denken over wat werkelijk van waarde is: tijd voor zorg, voor herstel en voor persoonlijke ontwikkeling.

Het vereist wel moed van leiders. Moed om ‘nee’ te zeggen tegen technologie die menselijke waardigheid aantast of die werknemers onderwerpt aan digitale controle. En moed om volmondig ‘ja’ te zeggen tegen innovaties die ons werkelijk versterken.

De echte verandering zit niet in algoritmes, maar in de gesprekken tussen leidinggevenden en hun teams, en in de dialoog tussen politiek, maatschappelijk middenveld en bedrijfsleven. Het vraagt niet om het vergroten van tegenstellingen tussen ‘voor’ of ‘tegen’ nieuwe technologie, maar om een herwaardering van de polder. Gelukkig hebben we in Nederland van oudsher een traditie van overleg en het zoeken naar gezamenlijk draagvlak. Juist deze traditie kan ons helpen om de menselijke maat te bewaken in een gedigitaliseerde wereld.

De toekomst van werk ligt niet vast. We schrijven dit verhaal op dit moment met elkaar, en we hebben allemaal de pen in handen om de koers te bepalen. De menselijke maat is daarbij het kompas.

Auteur van column

Arjen El Fassed en AI met de Menselijke maat als kompas foto onderaan artikel

Arjan El Fassed