Jos Sanders over Wendbaarheid: niet organiseren, maar ervaren
Wendbaarheid is voor veel organisaties een strategisch speerpunt, maar wat betekent het eigenlijk in de praktijk van alledag? Tijdens Over de Vloer bij Mijzo neemt Jos Sanders, lector Human Capital Innovations aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, de deelnemers mee in een nieuw perspectief. Niet systemen, structuren of strategieën staan centraal in zijn verhaal, maar de ervaring van mensen zelf. Wendbaarheid, zo stelt hij, ontstaat niet doordat organisaties verandering organiseren, maar doordat mensen verandering op een positieve manier ervaren. Zijn uitgangspunt is even simpel als confronterend: verandering werkt pas als mensen er energie van krijgen.

Takeaways Jos Sanders
- Wendbaarheid begint niet bij systemen, maar bij menselijke ervaring.
- Negatieve ervaringen met verandering leiden tot weerstand op de lange termijn.
- Positieve ervaringen maken toekomstige verandering makkelijker.
- Duurzame inzetbaarheid betekent continu kunnen meebewegen met het werk.
- Veel organisaties benutten het talent dat ze al hebben onvoldoende.
- Diploma’s zijn een beperkte indicator van wat mensen daadwerkelijk kunnen.
- Onderbenut talent is geen individueel probleem, maar ‘kapitaalvernietiging’.
- Kleine experimenten zijn effectiever dan grote veranderprogramma’s.
- Verandering vraagt om richting, ruimte en ruggensteun.
- Wendbaarheid is een continu proces, geen eenmalige interventie.
Verandering is een ervaring
Sanders begint zijn verhaal bij een inzicht dat gedurende de middag steeds terugkomt: hoe mensen verandering ervaren, bepaalt hoe ze er in de toekomst mee omgaan. Zoals hij het zelf verwoordt: “Het veranderen op zich als activiteit, en hoe je daar als organisatie mee omgaat, bepaalt of mensen daar later wel of geen energie van krijgen.” Negatieve ervaringen, zoals reorganisaties die teruggedraaid worden of trajecten zonder duidelijk doel, zorgen ervoor dat mensen zich terugtrekken. Positieve ervaringen doen het tegenovergestelde: ze maken mensen nieuwsgierig en bereid om opnieuw te bewegen. Daarmee verschuift de focus van plannen en processen naar iets fundamentelers: beleving.
“Eén op de drie werknemers zegt: ‘ik heb meer kennis en vaardigheden dan nodig voor mijn werk.’” Dat noemt hij geen klein probleem, maar iets structureels: “Dat is kapitaalvernietiging.” In plaats van steeds nieuw talent aan te trekken, ligt een belangrijk deel van de oplossing dus dichterbij: beter kijken naar wat er al is.
Duurzame inzetbaarheid als sleutel
Wendbaarheid koppelt Sanders direct aan duurzame inzetbaarheid: het vermogen van mensen om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden, vandaag én morgen. Dat vraagt volgens hem meer dan alleen opleiden of ontwikkelen. Het gaat om het creëren van omstandigheden waarin mensen kúnnen bewegen. Hij vat dat samen in drie elementen: richting, ruimte en ruggensteun. Richting geeft duidelijkheid over waar je als organisatie naartoe beweegt en waarom verandering nodig is. Ruimte zorgt ervoor dat medewerkers ook daadwerkelijk kunnen experimenteren, leren en hun eigen invulling kunnen geven aan die verandering. Ruggensteun is vervolgens essentieel om dat vol te houden: het vertrouwen en de ondersteuning vanuit de organisatie om stappen te zetten, ook wanneer het schuurt of even niet lukt. Of, zoals hij het zelf zegt: “Je moet mensen de mogelijkheid geven om te veranderen, maar ze ook niet laten zwemmen als het moeilijk wordt.”Het probleem zit niet buiten, maar binnen
Een van de scherpste observaties in zijn verhaal gaat over de manier waarop organisaties naar talent kijken. Terwijl de arbeidsmarkt onder druk staat, blijkt een groot deel van het potentieel al binnen organisaties aanwezig, maar onbenut. Sanders verwijst naar onderzoek waaruit blijkt:“Eén op de drie werknemers zegt: ‘ik heb meer kennis en vaardigheden dan nodig voor mijn werk.’” Dat noemt hij geen klein probleem, maar iets structureels: “Dat is kapitaalvernietiging.” In plaats van steeds nieuw talent aan te trekken, ligt een belangrijk deel van de oplossing dus dichterbij: beter kijken naar wat er al is.